ECLI:NL:CRVB:2015:378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant stelde dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen waren onderschat en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. Het UWV verdedigde het besluit en vroeg bevestiging van de uitspraak.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst, die adequaat was gemotiveerd door verzekeringsartsen. Uit het medisch onderzoek bleek dat appellant geen ernstige psychopathologie of cognitieve beperkingen heeft, en dat zijn lichamelijke klachten stabiel zijn zonder neurologische complicaties.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten binnen zijn beperkingen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.