ECLI:NL:CRVB:2015:3787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering bij 63% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als straatcoach, viel op 18 juli 2011 uit wegens psychische klachten en anale fistels. Na een medisch onderzoek door verzekeringsarts C. Verweij werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld die beperkingen vaststelde. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk maar wel voor andere functies, waarop een arbeidsongeschiktheid van 63% werd vastgesteld en een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. Na aanpassing van de FML door verzekeringsarts bezwaar en beroep K.T. Kan en een nieuw arbeidskundig rapport werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 64,56%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in, waaronder klachten over een hernia en allergieën. Het UWV leverde nadere rapporten van verzekeringsarts Tan en arbeidsdeskundige Timp. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld, evenals de geschiktheid voor de geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende inzicht en onderbouwing boden. De proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 28 oktober 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 63%.