ECLI:NL:CRVB:2015:3791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging toeslag WWB wegens kosten delen met meerderjarig kind met inkomen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een toeslag van 20% voor alleenstaande ouders. Na een signaal dat een van haar meerderjarige inwonende kinderen 21 jaar was geworden, onderzocht het college de inkomsten van haar meerderjarige kinderen. Hieruit bleek dat haar dochter naast studiefinanciering ook arbeidsinkomsten had die het normbedrag voor hogere onderwijslevensonderhoud overschreden.
Op grond hiervan verlaagde het college per 1 oktober 2013 de toeslag naar 10% van het netto minimumloon, omdat appellante kosten kon delen met haar dochter. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit op onjuiste feiten was gebaseerd en dat het college had moeten afzien van terugvordering.
De Raad oordeelde dat het besluit terecht was gebaseerd op het inkomen van de dochter en niet op dat van de zoon, dat er geen sprake was van terugvordering, en dat de verhuizing van de dochter na het besluit geen invloed had. Het college had zelfs de toeslag weer verhoogd na haar vertrek. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepsgronden af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de toeslag WWB naar 10% vanwege het delen van kosten met een meerderjarig kind met inkomen wordt bevestigd.