ECLI:NL:CRVB:2015:3794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek zonder zwaarwegende reden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd uitgenodigd voor een gesprek in verband met een onderzoek naar de rechtmatigheid van zijn bijstand. Na meerdere keren niet verschijnen, vond op 10 januari 2014 een gesprek plaats met een handhavingsspecialist. Direct aansluitend wilde deze een huisbezoek afleggen, maar appellant weigerde medewerking vanwege een mondeling afgesproken sollicitatiegesprek bij een bedrijf.
De handhavingsspecialist controleerde telefonisch bij het bedrijf en kreeg te horen dat er die dag geen sollicitatiegesprek gepland stond. Het college trok daarop de bijstand met ingang van 10 januari 2014 in wegens het niet verlenen van medewerking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het belang van het college om onmiddellijk de woonsituatie te verifiëren zwaarwegend is en dat alleen een zwaarwegende reden het weigeren van medewerking kan rechtvaardigen. Appellant maakte niet aannemelijk dat het sollicitatiegesprek daadwerkelijk plaatsvond en kon ook niet aantonen dat de afspraak niet verzet kon worden. De verklaring van een derde werd minder zwaar gewogen dan het telefoongesprek met de handhavingsspecialist.
Daarom was het college bevoegd om de bijstand in te trekken en had appellant geen recht op bijstand vanaf 8 januari 2014. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellant geen zwaarwegende reden had om het huisbezoek te weigeren.