ECLI:NL:CRVB:2015:3795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-inwonerschap op opgegeven adres
Appellant vroeg op 14 december 2012 bijstand aan en gaf op dat hij inwonend was bij zijn ouders op een bepaald adres. De Regionale Sociale Dienst voerde een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek, waaruit bleek dat appellant niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Op basis hiervan werd de aanvraag afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij wel degelijk inwonend was en overhandigde verklaringen van buren en een vriend ter ondersteuning. De Raad beoordeelde dat de verklaringen onvoldoende concreet waren en dat het huisbezoek voldoende bewijs leverde dat appellant niet op het adres woonde.
De Raad oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn medewerkingsplicht en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.