Uitspraak
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een UWV-besluit waarbij zijn WGA-vervolguitkering werd vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Na bezwaar en beroep wijzigde het UWV dit naar 65 tot 80%, gebaseerd op medische informatie van een psychiater en een orthopedisch chirurg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit gewijzigde besluit ongegrond, oordeelde dat de medische onderbouwing de belastbaarheid van appellant juist had vastgesteld en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de beperkingen op concentratie, aandacht en zitten onvoldoende waren meegenomen en dat de voorbeeldfuncties niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts het medisch dossier voldoende had gemotiveerd, dat de beperkingen adequaat waren vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de arbeidsdeskundige de belastbaarheid passend had ingeschat. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WGA-vervolguitkering van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.