ECLI:NL:CRVB:2015:3820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd verdacht van het niet correct doorgeven van gegevens over autotransacties die op zijn naam stonden. Na een anonieme tip en onderzoek door de gemeente Rotterdam werd appellant verzocht bewijsstukken over de aan- en verkoop van elf auto's te overleggen, maar hij verscheen niet op het gesprek en leverde de gevraagde gegevens niet aan.
Het college schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in met toepassing van artikel 54, vierde lid, WWB, en herzag de bijstand over meerdere maanden met toepassing van artikel 54, derde lid, WWB, vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar gebruikte een onvolledige maatstaf bij de beoordeling van het vermogen.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken wegens het niet verstrekken van relevante gegevens en dat de herziening van de bijstand over de betreffende maanden terecht was, omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in het bezit en gebruik van de auto's. De terugvordering van de bijstandskosten was daarmee ook terecht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.