ECLI:NL:CRVB:2015:3837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens ongeoorloofd verzuim en recidive
Appellant ontving sinds 2007 bijstand en was arbeidsverplichtingen volgens de WWB onderworpen. In 2013 nam hij deel aan een re-integratietraject bij Groen Werkt, maar was op 10 april 2013 ongeoorloofd afwezig. Het dagelijks bestuur verlaagde daarom zijn bijstand met 50% voor twee maanden, waarbij de duur werd verdubbeld wegens recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij toestemming had voor afwezigheid, dat taalproblemen hem verhinderden de afspraken te begrijpen, en dat er dringende redenen waren om geen maatregel op te leggen. De Raad oordeelde dat uit correspondentie bleek dat appellant verwacht werd terug te keren naar het traject, en dat zijn afwezigheid zonder contactlegging verwijtbaar was.
De Raad verwierp het beroep ook omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij de afspraken niet begreep door taalproblemen. Voorts voldeed de situatie niet aan de strenge criteria voor dringende redenen zoals ernstige psychische of lichamelijke problemen. Ten slotte was de verdubbeling van de maatregel passend vanwege eerdere gedragingen van dezelfde categorie en het volharden in het gedrag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees de proceskosten af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor twee maanden wegens ongeoorloofd verzuim en recidive wordt bevestigd.