ECLI:NL:CRVB:2015:3877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in AOW-zaak
De erven van appellant hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een AOW-zaak. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verlopen.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 6 november 2015, waarbij T.L. de Vries als rechter en K. de Jong als griffier aanwezig waren. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.