ECLI:NL:CRVB:2015:3895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig bejaardenverzorgster, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was de voorbeeldfuncties te vervullen. Zij overlegde medische rapporten en wees op een latere vaststelling van 100% arbeidsongeschiktheid per oktober 2014.
De Raad oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid juist en overtuigend was gemotiveerd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De medische informatie van appellante bood geen aanleiding tot een andere beoordeling voor de datum in geschil. De latere vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid was niet relevant voor de bestreden periode.
De Raad bevestigde dat appellante met haar beperkingen de geduide functies kan vervullen en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder 35% werd vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.