ECLI:NL:CRVB:2015:3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel van bezwaartermijn bij niet-ontvangen besluit WWB-bijstand
Appellant vroeg bijstand aan op 1 april 2014 met terugwerkende kracht tot 27 november 2013. Het college kende bijstand toe met ingang van 26 maart 2014, maar verklaarde het bezwaar tegen de ingangsdatum niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit van 8 april 2014 daadwerkelijk op die datum is bekendgemaakt. Appellant verbleef in een daklozenopvang en had een briefadres waar hij wekelijks zijn post ophaalde, maar uit de registratie en verklaringen blijkt niet dat het besluit met de post van 8 april is ontvangen.
De Raad stelt dat de bezwaartermijn niet is aangevangen omdat niet vaststaat wanneer het besluit bekend is gemaakt. Het college wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 8 april 2014 is tijdig ingediend; het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen.