ECLI:NL:CRVB:2015:3925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hoofdverblijf buiten gemeente
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was ingeschreven als kamerbewoner op een adres in de gemeente Amersfoort. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellant vanaf 1 juli 2012 zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Amersfoort had, namelijk bij zijn vriendin in een andere plaats. Het college trok daarom de bijstand met ingang van 14 maart 2012 in en vorderde de kosten over de periode tot en met 30 september 2012 terug.
De rechtbank had de intrekking en terugvordering over de periode tot 1 juli 2012 vernietigd, maar het college had het bezwaar gegrond verklaard voor het latere deel. In hoger beroep stond alleen de intrekking en terugvordering over de periode van 1 juli tot en met 30 september 2012 centraal.
De Raad concludeert dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van buurtbewoners, bankafschriften en een buurtonderzoek, een toereikende feitelijke grondslag bieden voor het oordeel dat appellant zijn hoofdverblijf buiten de gemeente had. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ook niet gezien de wettelijke bescherming van de beslagvrije voet.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep tegen het nader besluit ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten wegens hoofdverblijf buiten de gemeente wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.