ECLI:NL:CRVB:2015:3927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dringende redenen voor afzien van verplichte terugvordering bijstand
Appellant ontving bijstand vanaf januari 2011. Het college van burgemeester en wethouders van Langedijk schortte en trok de bijstand in vanwege onjuiste opgave van gewerkte uren. Vervolgens vorderde het college de onterecht ontvangen bijstand over december 2012 tot februari 2013 terug.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en voerde in hoger beroep aan dat zijn financiële situatie ernstig was verslechterd, hij onder bewind stond, en dat terugvordering hem belemmerde in toelating tot schuldsanering. Daarnaast stelde hij dat zijn gezondheid achteruitging.
De Raad oordeelde dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering. De financiële en sociale gevolgen zijn niet uitzonderlijk of onaanvaardbaar in de zin van de vaste rechtspraak. De appellant had zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en genoot bescherming via de beslagvrije voet. De gezondheidssituatie was niet aannemelijk verslechterd door de terugvordering.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering van bijstand.