ECLI:NL:CRVB:2015:3930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens ontbreken kosten
Appellant, ontvanger van een Wajong-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering. De aanvraag werd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag afgewezen omdat appellant na verhuizing geen bijstandsgerechtigde meer was en omdat voor de periode voorafgaand aan de onderbewindstelling geen rekening van verantwoording was ingediend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de kosten van bewindvoering zich in de relevante periode niet hadden voorgedaan. Appellant stelde dat er wel kosten waren gemaakt, ook vóór de formele onderbewindstelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de onderbewindstelling pas op 19 juni 2013 formeel was ingesteld en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant vóór die datum kosten verschuldigd was aan zijn tante voor toezicht of beheer. Daarom was er geen recht op bijzondere bijstand. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wordt afgewezen omdat deze kosten zich niet hebben voorgedaan.