ECLI:NL:CRVB:2015:4008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij met ingang van 19 april 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, en ook de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn arbeidsbeperkingen onjuist zijn vastgesteld, onder meer vanwege chronische rugpijn en beginnende artrose, en dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn vanwege traplopen. De Raad overweegt dat aan verzekeringsartsrapporten bijzondere waarde toekomt indien deze zorgvuldig en consistent zijn opgesteld, maar dat betrokkene kan aantonen dat deze rapporten onzorgvuldig of onjuist zijn.
De Raad constateert dat appellant in hoger beroep slechts herhaalt wat eerder is aangevoerd zonder nieuwe medische informatie te overleggen die de beperkingen onderschat. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de beperkingen goed zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.