ECLI:NL:CRVB:2015:4013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering ondanks beperkte beschikbaarheid voorbeeldfuncties
Appellant, laatstelijk werkzaam als productieleider/planner, viel uit wegens hartklachten en kreeg op grond van de Wet WIA een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Het Uwv stelde later vast dat appellant recht had op een WGA-vervolguitkering, maar verklaarde het bezwaar van appellant hiertegen ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit echter en stelde de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische beperkingen, waaronder hartklachten, dystrofie aan zijn linkerhand, medicatiegebruik en psychische klachten. Ook stelde hij dat de voor hem geselecteerde voorbeeldfuncties zeer beperkt beschikbaar waren. Het Uwv verzocht om bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen van het Uwv zorgvuldig en volledig rekening hadden gehouden met de medische informatie, waaronder rapporten van Ciro en anesthesiologen. De beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) konden gehandhaafd blijven. De arbeidsdeskundigen hadden voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt waren, ondanks de theoretische aard van de schatting en beperkte beschikbaarheid.
Daarom werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd voor zover aangevochten. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.