ECLI:NL:CRVB:2015:4019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontvangt wegens psychische klachten, werd in 2012 herbeoordeeld door het Uwv. Aanvankelijk werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55%, maar na bezwaar en beroep werd dit herzien naar 65 tot 80% met ingang van 12 februari 2013. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij meer beperkt is dan vastgesteld en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was, mede omdat een lichamelijk onderzoek in de bezwaarfase ontbrak. Hij overlegde aanvullende medische stukken ter onderbouwing. Het Uwv verzocht de uitspraak te bevestigen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit steunt op een zorgvuldige medische beoordeling, waarbij zowel psychische als lichamelijke klachten adequaat zijn betrokken. Het ontbreken van een lichamelijk onderzoek in de bezwaarfase leidt niet tot onzorgvuldigheid. Er zijn geen aanwijzingen dat de beperkingen zijn onderschat. De Raad concludeerde dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat is de geduide functies te vervullen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid.