ECLI:NL:CRVB:2015:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij met ingang van 1 maart 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke en geestelijke beperkingen en dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had benoemd. Zij voerde aan dat zij geheel afhankelijk is van haar gezinsleden voor dagelijkse levensverrichtingen en dat onvoldoende was onderzocht hoe haar totale gesteldheid haar arbeidsmogelijkheden beïnvloedt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat het besluit berustte op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had op basis van dossierstudie, aanvullend onderzoek en lichamelijk en psychisch onderzoek beperkingen opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Appellante bracht geen medische gegevens aan die twijfel rechtvaardigen over deze beoordeling.
De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die aansluiten bij de krachten en bekwaamheden van appellante. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.