ECLI:NL:CRVB:2015:4071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant en S ontvingen bijstand waarbij appellant verzwegen heeft dat hij een gezamenlijke huishouding met S voerde. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok de bijstand van S met ingang van 20 september 2005 in en vorderde de kosten terug, mede van appellant. Appellant stelde dat hij slechts een kamer huurde en dat er sprake was van een commerciële kostgangersrelatie, niet van een gezamenlijke huishouding.
De Raad onderzocht het dossier, waaronder verklaringen, huisbezoeken en een uitgebreid onderzoek door sociale recherche. De Raad concludeerde dat er voldoende feitelijke grondslag is voor het voeren van een gezamenlijke huishouding vanaf 20 september 2005 tot 4 juni 2012. De verklaring van een derde en de aard van de zorg die partijen elkaar verleenden, gingen verder dan een zakelijke huurrelatie.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat het college het recht had om de bijstand terug te vorderen en dat er geen sprake was van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of een gerechtvaardigde verwachting door de aanpassing van de toeslag. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.