ECLI:NL:CRVB:2015:4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellante ontving bijstand volgens de WWB als alleenstaande ouder sinds september 2013. Na een heronderzoek werd zij uitgenodigd om bepaalde gegevens te overleggen. Omdat zij niet alle gevraagde gegevens tijdig aanleverde, schortte het college de bijstand op en trok deze later in met ingang van 25 juni 2014.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet verwijtbaar was voor het niet verstrekken van de gegevens, waaronder betalingsbewijzen van de wegenbelasting en gegevens over een lening van een vriend voor een vakantie.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens relevant waren en dat appellante naliet deze tijdig te verstrekken. Het ontbreken van betalingsbewijzen was haar risico en de verklaring van de vriend werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig was overgelegd. Zonder de identiteit van de vriend kon de lening niet worden geverifieerd. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand introk en wees het hoger beroep af.
Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het niet tijdig verstrekken van relevante en verifieerbare gegevens kan leiden tot intrekking van bijstand onder artikel 54, vierde lid, van de WWB.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.