Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, verzocht om bijzondere bijstand voor de eindafrekening van energiekosten over een periode van ruim een jaar. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat de energiekosten niet hoger waren dan de Nibud-normen voor een vergelijkbare huishoudsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college bijzondere bijstand moest verlenen op grond van beleidsvoorschriften die chronisch zieken en gehandicapten extra tegemoetkoming bieden bij hogere energiekosten. De Raad oordeelde echter dat deze beleidsvoorschriften alleen bijzondere bijstand verlenen indien aantoonbare meerkosten bestaan en dat het college voldoende maatwerk had geleverd door te toetsen aan de Nibud-normen.
De Raad concludeerde dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die een afwijking van de standaardnorm rechtvaardigen. De kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd, behoren tot de algemene noodzakelijke kosten die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor energiekosten wordt afgewezen wegens ontbreken van aantoonbare meerkosten.