Uitspraak
OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor een tegemoetkoming in zijn energiekosten. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat de energiekosten volgens het college tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en daarom uit het eigen inkomen moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad toetste de zaak aan artikel 35 van Pro de WWB en de beleidsvoorschriften Werk en Inkomen, waarbij bijzondere bijstand voor energiekosten alleen wordt toegekend als er aantoonbare meerkosten zijn die niet door de Atcg-vergoeding worden gedekt.
De Raad stelde vast dat de energiekosten van appellant lager waren dan de Nibud-norm voor een eenpersoonshuishouden in een tussenwoning, waardoor geen sprake was van aantoonbare meerkosten. Ook oordeelde de Raad dat het college voldoende maatwerk had geleverd door de aanvraag aan de Nibud-normen te toetsen. Bij gebrek aan bijzondere omstandigheden werd het hoger beroep van appellant afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor energiekosten wordt bevestigd wegens ontbreken van aantoonbare meerkosten.