ECLI:NL:CRVB:2015:4111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onveranderd recht op WGA-vervolguitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen sinds 2011 en dat hij recht bleef houden op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 40,5%.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel psychisch als lichamelijk onderzoek plaatsvond en een ruime hoeveelheid medische informatie werd betrokken.
Appellants stelling dat zijn psychische beperkingen zijn onderschat werd niet gevolgd, mede omdat de door hem aangevoerde medische stukken geen nieuwe inzichten boden die tot een andere beoordeling konden leiden. Ook de vermeende schending van het recht op een eerlijk proces vanwege het ontbreken van een schriftelijke verklaring van een psycholoog werd verworpen.
De Raad vond geen reden om een onafhankelijke medisch deskundige aan te stellen en bevestigde dat appellant in staat is de werkzaamheden te verrichten die horen bij de voorbeeldfuncties waarop de beoordeling is gebaseerd. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op een WGA-vervolguitkering blijft onveranderd vastgesteld.