ECLI:NL:CRVB:2015:4146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet verstrekken bankafschriften echtgenoot in detentie
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en haar echtgenoot verbleef in detentie. Het college ontving bankafschriften van de echtgenoot uit Marokko en verzocht appellante om aanvullende bankafschriften te overleggen. Appellante verklaarde geen bankrekeningen te hebben, maar kon geen afschriften overleggen binnen de gestelde termijn. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in wegens het verzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de bankafschriften van de echtgenoot van belang waren voor de beoordeling van het recht op bijstand, ook al ontving appellante bijstand als alleenstaande ouder.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken. Zij had ook geen tijdig uitstel gevraagd. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften van de echtgenoot wordt bevestigd.