ECLI:NL:CRVB:2015:4152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende langdurig laag inkomen
Appellante ontvangt sinds april 2013 bijstand en heeft twee aanvragen ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Beide aanvragen werden afgewezen omdat zij in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag niet aaneengesloten een laag inkomen had, zoals vereist in artikel 36 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het verweer dat artikel 4 van Pro de Verordening onverbindend zou zijn wegens strijd met artikel 36 WWB Pro. De Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin de beperking van de verordenende bevoegdheid van gemeenten wordt benadrukt, met name dat het percentage van 110% van de bijstandsnorm in artikel 36, zesde lid, WWB een bovengrens vormt.
Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een langdurig laag inkomen.