ECLI:NL:CRVB:2015:424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsbesluit en onrechtmatigheid opgelegde maatregel zonder vergoeding immateriële schade
Appellante ontving samen met haar echtgenoot bijstand, waarbij het college een maatregel oplegde wegens niet tijdig opgegeven kasstortingen op hun gezamenlijke rekening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde appellante dat zij geen zelfstandig recht op bijstand had in de betreffende periode en dat ten onrechte aan haar een maatregel werd opgelegd. Tevens stelde zij dat de besluitvorming haar geestelijk letsel had toegebracht, waarvoor zij immateriële schadevergoeding vorderde.
De Raad oordeelde dat het college de maatregel niet langer handhaafde, waardoor de onrechtmatigheid vaststaat en het besluit vernietigd wordt voor zover het de maatregel betreft. De vordering tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat zij door het besluit geestelijk letsel had geleden.
Verder werd het college veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de nabetaling en tot vergoeding van proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep aan appellante.
Uitkomst: Besluit tot opleggen van maatregel vernietigd wegens onrechtmatigheid, immateriële schadevergoeding afgewezen, wettelijke rente en proceskosten toegekend.