ECLI:NL:CRVB:2015:4275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gegevens en schending inlichtingenplicht
Appellante en haar partner ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van anonieme tips dat zij betrokken waren bij ondernemingen in de textiel- en kledingbranche, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiedam om de bijstand met ingang van 20 februari 2013 in te trekken en de kosten van bijstand over een bepaalde periode terug te vorderen.
De intrekking was gebaseerd op het feit dat appellante en haar partner niet uit eigen beweging hadden gemeld dat zij als ondernemer actief waren, en dat zij niet alle gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften, hadden verstrekt. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen werkzaamheden had verricht en stelde zich op het standpunt dat zij niet verplicht was het college te informeren.
De Raad overwoog dat inschrijving bij de Kamer van Koophandel wijst op het oogmerk om als zelfstandige inkomsten te verwerven en dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze feiten van invloed waren op haar recht op bijstand. De schending van de inlichtingenplicht vormt een rechtsgrond voor intrekking van de bijstand wanneer het recht daarop niet kan worden vastgesteld. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht op bijstand had gehad indien zij wel aan de inlichtingenplicht had voldaan.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit tot intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en het niet verstrekken van relevante gegevens.