ECLI:NL:CRVB:2015:4313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid voor voorbeeldfuncties
Appellante, die zich in december 2011 arbeidsongeschikt meldde vanwege vermoeidheidsklachten, kreeg van het UWV te horen dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Overijssel, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door het UWV onderschat waren en overhandigde een rapport van een neuroloog. De Raad oordeelde echter dat het UWV de beperkingen inzichtelijk en overtuigend had gemotiveerd, waarbij onder meer rekening was gehouden met haar aandoeningen zoals ME, ADHD en een lichte verstandelijke beperking. De verzekeringsarts had een urenbeperking van 20 uur per week vastgesteld, welke door de arbeidsdeskundige bevestigd werd.
Het rapport van de neuroloog bood geen medische onderbouwing voor een verdere beperking. De Raad concludeerde dat appellante met haar beperkingen de werkzaamheden van de voorbeeldfuncties kan verrichten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.