ECLI:NL:CRVB:2015:4314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond per 20 juni 2011.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant ongegrond verklaard en daarbij vooral het psychiatrisch rapport van prof. dr. H.J.C. van Marle als doorslaggevend beschouwd. De rechtbank vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had vertaald naar de nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 juni 2013 en dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking. De medisch geschiktheid van de voorbeeldfuncties voor appellant werd eveneens bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen nader onderzoek had laten doen naar een mogelijke urenbeperking en dat hij de functies niet kon vervullen vanwege zijn beperkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht het psychiatrisch rapport als leidraad nam en dat de deskundige expliciet had aangegeven geen uitspraak te kunnen doen over een urenbeperking. Ook de medisch geschiktheid van de functies werd bevestigd.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering.