ECLI:NL:CRVB:2015:4376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit werk in Groot-Brittannië
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd op grond van een anonieme melding onderzocht wegens vermoedelijke werkzaamheden in Groot-Brittannië. Het college herzag haar bijstand en vorderde onterecht ontvangen bedragen terug, omdat zij haar inlichtingenplicht zou hebben geschonden door het niet melden van inkomsten uit die werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dat zij zelf had gewerkt en stelde dat een derde haar identiteit had misbruikt. Zij overhandigde diverse stukken om haar verblijf in Nederland aan te tonen en voerde aan dat terugvordering onredelijk was vanwege haar financiële situatie.
De Raad oordeelde dat de door het IBF verkregen gegevens voldoende bewijs vormden dat appellante zelf had gewerkt. De door appellante overgelegde stukken konden niet uitsluiten dat zij ook in Groot-Brittannië werkzaam was geweest. Daarnaast was de terugvordering niet onredelijk, mede omdat zij bescherming geniet van de beslagvrije voet. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bijstand wordt terecht herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten uit werk in Groot-Brittannië.