ECLI:NL:CRVB:2015:4377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd onderzocht vanwege onduidelijkheden over zijn opgegeven gewerkte uren. Fraudecontroleurs voerden waarnemingen uit en spraken appellant op 6 juni 2013, waarbij zij een huisbezoek wilden afleggen. Appellant weigerde medewerking te verlenen, ondanks waarschuwingen over de consequenties.
Het college trok daarop de bijstand met ingang van 6 juni 2013 in wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij een dringende afspraak bij zijn psychiater had, maar kon dit niet onderbouwen met bewijs of nadere toelichting.
De Raad oordeelde dat het belang van het bijstandverlenend orgaan om de woonsituatie onmiddellijk te verifiëren zwaarwegend is en dat alleen een zeer dringende reden rechtvaardigt om een huisbezoek te weigeren. Aangezien appellant geen dringende reden aannemelijk maakte, werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan huisbezoek wordt bevestigd.