ECLI:NL:CRVB:2015:4382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting als geldlening
Appellant ontving sinds december 2012 bijstand en vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting. Het college wees dit aanvankelijk af, maar verleende later gedeeltelijk bijzondere bijstand als renteloze geldlening vanwege zijn dakloosheid na langdurige detentie en onvoldoende begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de bijstand om niet had moeten worden verstrekt en dat het college geen deugdelijke belangenafweging had gemaakt. De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om bijzondere bijstand als lening toe te kennen, omdat appellant had kunnen reserveren uit zijn inkomen en de Beleidsregels van het college als buitenwettelijk begunstigend beleid consistent waren toegepast.
Verder was de hoogte van het toegekende bedrag gemotiveerd door rekening te houden met de reserveringscapaciteit van appellant, en appellant had dit niet onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand om niet wordt bevestigd.