ECLI:NL:CRVB:2015:4400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellant heeft op 4 juni 2013 bijstand aangevraagd en stond ingeschreven op een adres waar hij een kamer huurde. De gemeente Almere voerde een onderzoek uit naar zijn feitelijke woonsituatie, waaronder een huisbezoek op 25 juli 2013. Tijdens dit bezoek werden geen persoonlijke gebruiksvoorwerpen aangetroffen die duidden op bewoning. Appellant kon zijn verklaring hierover niet aannemelijk maken, onder meer doordat hij niet voldeed aan een afspraak om een koffer met persoonlijke spullen te tonen.
Het college wees de aanvraag bijstand af omdat appellant niet woonde op het opgegeven adres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel op het adres woonde, maar dit werd door de Raad verworpen vanwege het ontbreken van objectieve en verifieerbare gegevens die zijn woonplaats ondersteunen.
De Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Ook het feit dat appellant later bijstand kreeg toegekend, maakte dit niet anders omdat dit buiten de te beoordelen periode viel.
De Raad wees het beroep af en veroordeelde appellant niet in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonde op het opgegeven adres.