ECLI:NL:CRVB:2015:4440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding WIA-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd meegedeeld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering per 11 oktober 2011. Dit bezwaar werd echter pas drie uur na het verstrijken van de wettelijke termijn ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen verschoonbare termijnoverschrijding was vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de geringe overschrijding van slechts enkele uren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft indien niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Uit de aangevoerde omstandigheden bleek echter niet dat appellant buiten staat was tijdig bezwaar te maken.
De Raad concludeerde dat het enkele feit dat het bezwaar drie uur te laat werd ingediend onvoldoende is om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.