ECLI:NL:CRVB:2015:4492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks PDD-NOS en slechthorendheid
Appellant, geboren in 1994, vroeg op grond van de Wet Wajong een uitkering aan vanwege PDD-NOS en slechthorendheid. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant met zijn beperkingen werkzaamheden kan verrichten die ten minste 75% van het minimumloon opleveren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn behoefte aan intensieve begeleiding en dat hij zijn eerdere werk bij een fastfoodrestaurant niet kon volhouden. Hij overhandigde medische rapporten en verklaringen van begeleiders ter onderbouwing. De Raad concludeerde echter dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had vastgesteld en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling.
De Raad stelde vast dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die een één-op-één begeleiding noodzakelijk maken, een zwaardere vorm van begeleiding dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde voorbeeldfuncties routinematig zijn en geschikt voor appellant, waarbij hulp van collega’s of leidinggevenden mogelijk is. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.