ECLI:NL:CRVB:2015:4540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 2007 arbeidsongeschikt vanwege hart- en oogklachten en ontving een WIA-uitkering op basis van volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde het UWV in 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd ingetrokken. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn vermoeidheidsklachten, oogproblemen en gehoorverlies onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juist beeld gaf van de beperkingen. De aangeleverde medische rapporten en het neuropsychologisch onderzoek gaven geen aanleiding tot twijfel aan het UWV-standpunt. Ook de arbeidsdeskundige rapporten toonden aan dat appellant geschikt was voor licht werk binnen zijn beperkingen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank dat het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen aanleiding gezien om het oordeel van het UWV te wijzigen en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd.