Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
vernietigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1997 woonachtig in Nederland met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, ontving bijstand en was inburgeringsplichtig volgens de Wet inburgering. Hij volgde van september 2008 tot mei 2009 een inburgeringscursus en slaagde voor het centraal examen niveau A1. Het praktijkdeel op niveau A2 legde hij op eigen verzoek af, maar slaagde hier niet voor. Later vroeg appellant bijzondere bijstand aan voor de kosten van een herhaling van de inburgeringscursus.
Het bestuur wees de aanvraag af omdat appellant al aan zijn inburgeringsplicht had voldaan door het behalen van het examen op niveau A1. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat appellant het praktijkdeel op niveau A1 nog niet had behaald, waardoor het besluit op een onjuiste feitelijke grondslag was gebaseerd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond, maar oordeelde dat de kosten van herhaling van de cursus niet noodzakelijk zijn. Appellant had tot 28 juli 2015 de gelegenheid gehad het examen op niveau A1 af te leggen en had in strijd met afspraken het praktijkexamen op niveau A2 afgelegd. Er waren geen medische redenen of andere bijzondere omstandigheden die het opnieuw volgen van de cursus noodzakelijk maakten.
De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven daarom in stand. Het bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, inclusief het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de kosten van herhaling van de cursus niet noodzakelijk zijn.