ECLI:NL:CRVB:2015:4548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens gezamenlijke huishouding afgewezen wegens onvoldoende wederzijdse zorg
Appellante ontving sinds 2008 een ouderdomspensioen voor een alleenstaande pensioengerechtigde. Zij verhuurde een verdieping aan F, die sinds 2013 een verhoogde huur betaalde. Na een huisbezoek en onderzoek besloot de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen te herzien naar een pensioen voor samenwonenden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat er onvoldoende sprake was van wederzijdse zorg en financiële verwevenheid om te spreken van een gezamenlijke huishouding. De Raad stelde vast dat hoewel appellante en F op hetzelfde adres woonden, de zorgrelatie beperkt was. F ontving thuiszorg, had een eigen kamer en verzorgde zijn eigen maaltijden. De financiële verwevenheid beperkte zich tot de auto en de huurbetaling.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende feitelijk was onderbouwd en vernietigde het besluit. De herziening van het pensioen werd teruggedraaid, zodat appellante recht behield op het pensioen voor een alleenstaande. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het ouderdomspensioen wordt vernietigd en het pensioen voor alleenstaanden wordt hersteld.