ECLI:NL:CRVB:2015:4651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 1998 werkzaam onder de Wet sociale werkvoorziening en meldde zich in 2010 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV stelde op 7 december 2012 vast dat appellant vanaf 19 december 2012 recht heeft op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
In hoger beroep betwist appellant de vaststelling van persoonlijkheidsproblematiek en de noodzaak van één-op-één-begeleiding, verwijzend naar een lopend hoger beroep over WSW-toelating. De Raad overwoog dat het UWV zijn besluit baseerde op zorgvuldige, consistente en concludente verzekeringsgeneeskundige rapporten. Appellant bracht geen medische gegevens aan die het oordeel van de verzekeringsarts ontkrachten.
De Raad benadrukte dat het toekennen van een IVA-uitkering niet uitsluit dat appellant kan deelnemen aan het arbeidsproces, conform artikel 52 van Pro de Wet WIA. Het verzoek om een medisch deskundige in te schakelen werd afgewezen. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op IVA-uitkering bevestigd.