Uitspraak
27 december 2013, 13/4308 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant kreeg bijstand met 100% verlaagd voor één maand wegens het niet meewerken aan een voorziening. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd het bestreden besluit herroepen en de verlaging teniet gedaan.
Appellant vroeg vervolgens vergoeding van proceskosten voor beroep en hoger beroep. De Raad constateerde dat appellant het hoger beroep niet introk maar alleen voortzette om proceskosten te verkrijgen, zonder belang bij een oordeel over de aangevallen uitspraak.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Hoewel het college tegemoetkwam door het besluit te herroepen, is vergoeding van proceskosten niet passend omdat appellant de noodzakelijke medische gegevens pas in hoger beroep overlegde, terwijl dit eerder had moeten gebeuren. De procedures waren daardoor aan zijn eigen handelwijze te wijten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.