ECLI:NL:CRVB:2015:4708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen bankstorting en niet-overleggen salarisspecificaties
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd bij periodieke hercontrole gevraagd salarisspecificaties en een verklaring over een storting van €2.000,- op haar bankrekening te overleggen. Zij verklaarde dat het bedrag afkomstig was van een vriend van haar zoon, maar kon dit niet aannemelijk maken met objectieve gegevens.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 maart 2013 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende inzicht had gegeven in haar inkomenssituatie en dat het college daarom bevoegd was de bijstand in te trekken.
De Raad wees de stelling van appellante af dat het college over haar salarisgegevens kon beschikken via eigen systemen, omdat de ministeriële regeling hiervoor niet was vastgesteld. Ook de vermoedens van misbruik van haar bankrekening door derden konden niet leiden tot een ander oordeel. De intrekking van de bijstand bleef gehandhaafd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand aan appellante wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.