ECLI:NL:CRVB:2015:4734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde verkoopactiviteiten
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd onderzocht naar aanleiding van een melding dat hij zich bezighield met diefstal of bemiddeling van gestolen goederen. De gemeente Amsterdam besloot daarop de bijstand over een bepaalde periode in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn activiteiten slechts kort waren en weinig opleverden, en dat hij daarom zijn inlichtingenverplichting niet had geschonden. De Raad oordeelde dat het niet alleen gaat om ontvangen inkomsten, maar ook om op geld waardeerbare activiteiten, die appellant niet had gemeld.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand als hij wel had gemeld. Hij overlegde geen verifieerbare stukken ter onderbouwing van zijn stellingen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van op geld waardeerbare activiteiten.