ECLI:NL:CRVB:2015:4755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onduidelijke vermogenspositie en niet-naleving inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1991 bijstand en hadden in 2012 een auto op naam geregistreerd zonder dit te melden aan het college. Het college verzocht om aankoopbewijs en bewijs van bekostiging, maar appellanten leverden onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens aan. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en trok de bijstand per 1 november 2012 in.
Appellanten dienden vervolgens een nieuwe aanvraag in, maar ook hierbij leverden zij onvoldoende informatie over de aan- en verkoop van de auto en de geldstromen, waardoor het college de aanvraag afwees. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden en niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht op bijstand hadden, mede omdat het bewijs van betaling en terugbetaling van de lening ontbrak en de verklaring over de verkoop van de auto niet verifieerbaar was. Ook was geen wijziging in omstandigheden aangetoond bij de nieuwe aanvraag.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de aanvraag had afgewezen, en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens onvoldoende bewijs en schending van de inlichtingenplicht.