ECLI:NL:CRVB:2015:4756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens te hoog gezamenlijk inkomen
Appellant ontvangt sinds 19 december 2008 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Op 17 september 2013 heeft appellant een langdurigheidstoeslag aangevraagd op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur van de intergemeentelijke sociale dienst Brunssum Onderbanken Landgraaf (ISD BOL) wees deze aanvraag af omdat in de 36 maanden voorafgaand aan de peildatum het gezamenlijke inkomen van appellant en zijn ex-partner hoger was dan 100% van de bijstandsnorm.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij gedurende de referteperiode slechts een minimuminkomen had en dat de feitelijke samenwoning met zijn ex-partner korter was dan geregistreerd. De Raad oordeelde echter dat appellant en zijn ex-partner langer dan een jaar samen stonden ingeschreven en dat het gemiddelde gezamenlijke inkomen aanzienlijk hoger was dan de bijstandsnorm.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de beroepsgrond van appellant feitelijk niet houdbaar was en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd op 22 december 2015 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen vanwege een gezamenlijk inkomen boven de bijstandsnorm.