ECLI:NL:CRVB:2015:479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag vrijwilliger brandweer wegens impasse en niet-naleving oproep
Appellant was sinds 1987 vrijwilliger bij de Brandweer Amsterdam-Amstelland en voerde niet-repressieve taken uit. Na een incident in 2008 waarbij een woordenwisseling ontstond, volgden gesprekken en een waarschuwing. In 2009 werd mediation gestart, maar ondanks zes gesprekken bleef appellant ontevreden over de organisatie.
In 2010 gaf appellant fysieke klachten aan, die onderzocht werden door een bedrijfsarts. Deze constateerde geen medische belemmeringen voor het werk. In maart 2011 gaf appellant geen gehoor aan een oproep voor een uitruk. Het dagelijks bestuur verleende daarop ontslag wegens een impasse die voortzetting van het dienstverband onmogelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur voldoende inspanningen had verricht om de bezwaren van appellant weg te nemen en dat van vrijwilligers onvoorwaardelijke inzet mag worden verwacht. De medische klachten werden niet onderbouwd met bewijs dat de bedrijfsarts had gemist.
Het ontslag op grond van artikel 42, eerste lid, onder h, van de Aanvullende Rechtspositieregeling Brandweer Amsterdam-Amstelland was daarom gerechtvaardigd. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het ontslag van appellant als vrijwilliger bij de brandweer wordt bevestigd wegens een onoplosbare impasse en het niet opvolgen van een oproep zonder medische belemmeringen.