ECLI:NL:CRVB:2015:4794
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens ontbreken bevestiging oorlogservaringen
Appellante, geboren in 1947 in Nederlands-Indië, diende in juli 2012 een aanvraag in op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 19 september 2013 af wegens het ontbreken van bevestiging van de door appellante gestelde oorlogservaringen. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard in het bestreden besluit van 28 maart 2014.
Tijdens de zitting op 12 november 2015 verscheen appellante, die haar aanvraag baseerde op een verklaring van getuige H.E.B. [P.]. Deze verklaarde een schermutseling te hebben gezien waarbij de vader van appellante betrokken was en stelde dat de familie in een gevaarlijke buurt woonde, wat hen tot vlucht dwong. Echter, een sociaal rapport uit 2002 vermeldde dat [P.] al in 1946 was verhuisd, vóór de beschreven gebeurtenissen. Ondanks zijn latere verklaring dat de verhuizing pas in 1949 plaatsvond, oordeelde de Raad dat het sociaal rapport betrouwbaarder was.
Omdat geen objectieve aanwijzingen de verklaring van [P.] ondersteunen en geen andere bevestiging van oorlogservaringen is verkregen, kan appellante niet worden erkend onder de AOR. De Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bevestiging van oorlogservaringen.