ECLI:NL:CRVB:2015:4795
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkeringen vervolgingsslachtoffers tweede generatie
Appellant, geboren in 1957, diende in december 2013 een aanvraag in voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze aanvraag werd bij besluit van 5 februari 2014 afgewezen en dat besluit werd na bezwaar gehandhaafd.
De Raad oordeelt dat appellant als lid van de tweede generatie na 1945 geboren is en zich beroept op de oorlogservaringen van zijn ouders. Sinds 15 juli 1994 is de Wuv gesloten voor de tweede generatie, waardoor alleen personen die zelf vervolging hebben ondergaan of aan bijzondere gelijkstellingsvereisten voldoen, in aanmerking komen voor uitkeringen.
De Raad benadrukt dat artikel 3, tweede lid, van de Wuv een anti-hardheidsbepaling bevat, waardoor verruiming van het toepassingsbereik niet mogelijk is, ook niet als appellant meent vóór 1994 aan voorwaarden te hebben voldaan. Het bezwaar is terecht als kennelijk ongegrond bestempeld en appellant mocht worden afgewezen zonder hoorzitting.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag krachtens de Wuv wordt ongegrond verklaard.