ECLI:NL:CRVB:2015:480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toekenning Wsw-indicatie wegens onvoldoende beperkingen
Appellante verzocht het UWV om te bepalen dat zij behoort tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), vanwege psychische en fysieke beperkingen die haar zouden beperken tot maximaal 50% van een normale arbeidsprestatie. Het UWV wees dit verzoek af na zorgvuldige medische en arbeidskundige onderzoeken, omdat zij met noodzakelijke aanpassingen arbeid in een reguliere werkomgeving kan verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen zodanig zijn dat zij uitsluitend in Wsw-verband kan werken en dat geen aanpassingen verbetering kunnen brengen. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de noodzakelijke aanpassingen redelijkerwijs van een werkgever in het vrije bedrijf kunnen worden verlangd.
Verder wees de Raad het argument af dat loondispensatie aan haar werkgever zou impliceren dat zij tot de Wsw-doelgroep behoort, omdat het toetsingskader van loondispensatie en Wsw-indicatie verschillen. Ook het betoog dat het beleid onredelijk zou zijn vanwege het onderscheid tussen verschillende typen arbeidsgehandicapten werd verworpen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante behoort niet tot de doelgroep van de Wsw.