ECLI:NL:CRVB:2015:4800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wubo wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1947 in Nederlands-Indië, heeft meerdere aanvragen ingediend voor toekenning op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zijn eerste aanvraag in mei 2012 werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat hij direct betrokken was bij ongeregeldheden in Djatiroto tijdens de Bersiap-periode. Een tweede aanvraag in mei 2013 leidde eveneens tot afwijzing, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
De Raad heeft het onderzoek van verweerder naar de door appellant gestelde gebeurtenissen op de suikeronderneming Djatiroto beoordeeld. Hoewel er beschietingen plaatsvonden in de genoemde periode, is niet gebleken dat appellant daarbij direct betrokken was, wat een vereiste is voor toekenning op grond van de Wubo. Ook aanvullende dossiers en getuigenverklaringen boden geen steun voor directe betrokkenheid.
Appellant stelde dat er een evacuatie was naar het Centrale sociëteitsgebouw, maar uit de gegevens bleek geen sprake van levensbedreigende omstandigheden tijdens die evacuatie. Ondanks enige onduidelijkheid in de communicatie van verweerder over afwijzingsgronden, heeft verweerder steeds beoordeeld of appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld. De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht in stand blijft en verklaart het beroep ongegrond. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld.