ECLI:NL:CRVB:2015:4863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit hennepkwekerij
Betrokkene ontving sinds 2004 een WAO-uitkering. In juni 2011 werd in haar woning een hennepkwekerij ontdekt. Het UWV stelde dat betrokkene inkomsten had uit deze kwekerij en stopte de uitkering over de periode maart 2010 tot juni 2011, met terugvordering van onverschuldigde betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat het UWV onvoldoende bewijs leverde dat zij daadwerkelijk inkomsten uit arbeid had genoten. Betrokkene ontkende werkzaamheden en verklaarde slechts een vergoeding te hebben ontvangen voor het ter beschikking stellen van haar woning.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene inkomsten had uit de kwekerij. Betrokkene had haar inlichtingenplicht geschonden en geen concrete gegevens over inkomsten verstrekt. Het UWV mocht daarom schattenderwijs het inkomen vaststellen op basis van politie- en fraudeonderzoek.
De Raad verwierp betrokkene’s verklaring dat zij niet betrokken was bij de kwekerij, mede omdat zij geen pogingen had gedaan de identiteit van de exploitant te achterhalen. De strafrechtelijke uitspraak dat betrokkene geen wederrechtelijk voordeel had genoten, was niet bindend in deze bestuursrechtelijke procedure.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV tot stopzetting en terugvordering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot stopzetting en terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.